• NIEUWS

DOX News

<< Terug naar overzicht
Maandag 10 september 2012

Nieuwe akoestische norm zorgt voor meer focus bij de leerlingen

De nieuwe norm NBN S 01-400-2 'Akoestische criteria voor schoolgebouwen' gaat binnenkort van kracht en bepaalt de vereisten waaraan nieuwe, afgewerkte schoolgebouwen moeten voldoen op het vlak van lucht- en contactgeluidsisolatie, gevelisolatie, geluid van de technische uitrustingen en nagalmbeheersing in specifieke ruimtes. In dit artikel stellen we u kort even de kernideeën achter de norm voor en reiken we u enkele concrete oplossingen aan die u in de praktijk kunt aanwenden.

Nieuwe akoestische norm zorgt voor meer focus bij de leerlingen

Verschillende lokaaltypes

Het spreekt voor zich dat er in een schoolgebouw heel wat verschillende lokaaltypes bestaan waaraan telkens ook verschillende akoestische vereisten gesteld worden. In het kantoor van de directeur wordt er bijvoorbeeld weinig geluid geproduceerd, maar kan er wel sprake zijn van geluidsoverlast indien dit kantoor vlak naast een klaslokaal of een technische ruimte gesitueerd is. Een kleuterklas moet aan andere akoestische eisen voldoen dan een landschapsklaslokaal of een standaardklaslokaal. Een wiskundelokaal, tot slot, waarvan de ramen op een drukke straat of op de speelplaats uitkomen, vraagt een andere benadering dan een sportzaal die in een rustiger gedeelte van de school gesitueerd is. De nieuwe norm gaat dan ook uit van een classificatie van lokaaltypes waaraan men vervolgens normale eisen of verhoogde eisen (doorgaans 4 dB strenger) koppelt.

Spraakverstaanbaarheid

Bij het ontwerp van de nieuwe norm ging er bijzondere aandacht naar de ruimteakoestische aspecten die een grote invloed uitoefenen op de spraakverstaanbaarheid in de leeromgeving. De spraakverstaanbaarheid hangt af van de verhouding tussen hoe hard de leerkracht praat en de aanwezige lawaairuis. Deze lawaairuis komt voort uit het nagalmen van het in de ruimte geproduceerde geluid en het achtergrondlawaai. Om een goede spraakverstaanbaarheid te bekomen moet het verschil tussen spraak en ruis minimaal 15 dB zijn. Dit betekent dus dat de leerkracht 15 dB harder moet spreken dan de aanwezige lawaairuis. Een doorsneeleerkracht produceert ca. 60 dB als hij normaal spreekt en ca. 67 dB als hij roept. Dit betekent dat de aanwezige lawaairuis maximaal 45 dB mag bedragen. Vaak ligt deze waarde echter hoger waardoor de leerkracht voortdurend te hard moet spreken, met stemproblemen als gevolg. De oplossing ligt in het reduceren van de nagalmtijd en het achtergrondlawaai.

geluidsabsorberende elementen reduceren niet alleen de nagalmtijd, ze fungeren ook als eyecatcher

Nagalmtijd: Klaslokalen

We kunnen de term 'nagalmtijd' definiëren als 'de tijd die verstrijkt tussen het uitschakelen van een geluidsbron tot het moment waarop het geluidsniveau is gedaald met 60 dB'. Bij metingen die in het kader van een IDEWE-studie werden uitgevoerd in acht verschillende scholen in Vlaams-Brabant, bleek dat de nagalmtijd in alle gemeten ruimtes boven de 0,7 s ligt en dit terwijl 0,6 s aanvaard wordt als een maximale waarde (bemeubeld lokaal). De nieuwe Belgische norm zal uitgaan van een maximale nagalmtijd in functie van het volume. Zo zal de maximale waarde voor een leeg klaslokaal van 200 m² 0,8 s bedragen. Door het bemeubelen van de klas kan men de nagalmtijd dan nog extra reduceren. Om de nagalmtijd van een ruimte te verbeteren, kiest u als architect het best voor zo veel mogelijk geluidsabsorberende materialen (bv. akoestische plafonds, akoestische wandpanelen ...) en voor zo weinig mogelijk harde materialen (bv. zichtbeton, glaspartijen ...). Voor grote auditoria, sporthallen en turnzalen of in andere ruimten waar spraakverstaanbaarheid belangrijk is, is het ten zeerste aangewezen om de laagfrequente nagalmtijd te beperken om laagfrequente spraakmaskering te vermijden.

Nagalmtijd: Circulatieruimtes

De norm voorziet ook in eenvoudige ontwerpmaatregelen om excessieve nagalm in circulatieruimtes te vermijden. Voor centrale circulatieruimten en atria kan men er ook voor kiezen om in plaats hiervan de nagalmtijd in de afgewerkte toestand te beperken.

Achtergrondlawaai

Met de term 'achtergrondlawaai' bedoelt men alle geluid die niet door de leerlingen of de leerkracht zelf geproduceerd wordt. Het gaat dan om lawaai uit naburige klaslokalen, de gangen, de speelplaats de straat ... of om lawaai dat voortgebracht wordt door installaties zoals ventilatie, verwarming, sanitair, leidingen ... Het spreekt voor zich dat het effect van deze achtergrondgeluiden geminimaliseerd kan worden door het voorzien van akoestische wandisolatie, gevelisolatie, ramen met akoestische beglazing, perfect aansluitende raamkaders, geïsoleerde ventilatiekanalen ...

Bron: Projecto nr. 37 - Thema Scholen - editie September 2012. Dit artikel is deels gebaseerd op L. De Geetere, 'Aangepaste geluidseisen in scholen', WTCB Contact 2012/2